Tekst in programmaboekje

2006,

250 Jaar geleden werd in Salzburg een manneke geboren. Vandaag kent bijna iedereen zijn naam, over heel de wereld, hoewel hij slechts 36 jaar jong werd.
Maar als in je naam ART staat, kan het moeilijk anders dan dat er een groot kunstenaar moet uit groeien.

Hij neemt je dan ook graag mee deze avond om "Amadéke" wat van dichterbij te leren kennen: zijn geboortestad, zijn kinderjaren als uitzonderlijk muzikaal talent, zijn reizen met papa, meneer Salieri, enkele van zijn opera's, het Requiem en tenslotte zijn dood in Wenen. Het leven eindigt nu eenmaal met dit verschijnsel.

Laat het niet aan je hart komen, geniet van de wagens die jullie stadsgenoten opnieuw met veel bloed, zweet en tranen hebben gebouwd. Maanden werk voor een 'toerke" van een goed uur.

Ik dank dan ook de ontwerpers, de bouwers, de mensen achter de schermen zoals voor de muziek, de kostumering en schmink, de vele mensen die een handje toesteken tijdens de stoet (figuranten, plakkaatdragers, begeleiders...), het bestuur dat van de Lichtstoet toch telkens het hoogtepunt van de Ajuinmarktfeesten wil maken en verschillende stadsdiensten, in het bijzonder de dienst Feestelijkheden.

De artistiek begeleider: Remi Coune.

1 De geboorte

Ontwerp: Willy Coppens
Bouw: Leute en Plezier

Salzburg, 27 januari 1756, ik weet het nog goed, ik was erbij! Het was 8u 's avonds. Mijn papa Leopold en mama Anna Maria Pertl waren fier, maar toch ook een beetje bezorgd. Ik was de zevende op rij, maar vroegere broertjes en zusjes waren zeer vlug overleden, enkel mijn 5 jaar oudere zus Nannerl leefde nog en speelde al heel goed klavecimbel.
Mijn geboortehuisje stond in de Getreidegasse nr 9, 2de verdieping. Ik kreeg volgende namen: Johannes Chrysostomus Wolfgangus Theophilus. Later leerde ik dat Theophius (Grieks: geliefd door God, Theo = God) ook Amadeus (Latijn: Deus = God, Ama, zie Frans Aimer) betekende, en Wolfgangus kortte ik in. Ik noemde mezelf dus Wolfgang Amadeus, meestal gewoon Amadé. Als je een beetje geluk hebt, zie je dat mama me net eten geeft.

2 Wonderkind

Ontwerp: Mark De Kerpel
Bouw: Stroatluper

Nannerl kreeg les van vader, hij was muziekleraar. Ik was toen drie jaar en zat op de grond te spelen met mijn spulletjes. Na de les van zus ging ik wat op de piano tokkelen. Ik moet zeggen, ik deed dat helemaal niet slecht! Vader zag, of beter, hoorde dat ook en al heel vlug kreeg ik les op het klavecimbel.
Toen ik 5 jaar was componeerde ik mijn eerste muziekstukjes: een andante en een allegro voor piano. Als ik muziek één- of tweemaal hoorde kon ik het al naspelen. Men noemt dit muzikaal gehoor, naar het schijnt. Men heeft me verteld dat ik van toen af niet meer omkeek naar mijn speelgoed. Ik zat voortdurend aan de piano. Men moest me er werkelijk afsleuren om te eten of om doke te gaan doen.
Vader schreef eens over mij dat ik "componeerde tussen de soep en de patatten".
Ik ben nu druk aan het componeren, papa probeert me te volgen met het schrijven van de muziek, de partituren vliegen in het rond, leuk spelletje!

3 De grote tournee

Ontwerp: Mark De Kerpel
Bouw: Boterlekkers

Vader was heel erg opgetogen met zijn 2 kinderen die zo muzikaal begaafd waren en besloot om wat centjes bij te verdienen. Toen ik 5 jaar was trokken we met zijn allen op reis naar Munchen. Daarna trokken we naar Wenen. Zus en ik speelden voor rijke mensen en bij graven, hertogen, prinsen, koningen en keizers. Maar we logeerden met zijn allen op één kamer, boven een timmerwinkeltje. Ik bedoel natuurlijk papa en ik in een bed en mama met Nannerl in het andere bed. Niet die prinsen en hertogen…
Soms verdienden Nannerl en ik op 2 dagen wat vader op 4 maand verdiende in Salzburg als kapelmeester. Geen wonder dus dat hij besloot om een veel grotere reis te ondernemen. We vertrokken op 9 juni 1763. De wegen waren in Duitsland bijzonder slecht. En door het slechte weer en de modder brak een wiel van onze koets. We trokken naar alle grote muzikale steden in Europa: ook Parijs en Versailles, Londen, Amsterdam… Jammer genoeg waren we een weekje te laat in Gent, tussen 4 en 6 september 1765 waren we daar. Ik had nochtans heel graag de Lichtstoet in Ledeberg gezien, maar die was eind augustus.
Pas eind november 1766 waren we terug in Salzburg.

4 Vrijheid

Ontwerp: Rudy Vereecke
Bouw: Lochtadjuuns

Eindelijk, ik was 21. Maar niet die leeftijd, maar de beslissing van prins Colloredo, de werkgever van mijn vader en mezelf zorgde ervoor dat ik voor het eerst zonder hem kon reizen. Ik trok naar Mannheim en Parijs, met moeder. Jammer genoeg stierf ze op deze reis. De reis was echter geen succes, nu besef ik wat mijn vader allemaal bekokstoofde om aan al die hoven te kunnen spelen. Voor de gelegenheid zie je me hier dus spelen voor het "gewone" volk op een kiosk. Dat ze goed op deze van de Gentse kouter lijkt is puur toeval, of niet? Tijdens deze reis leerde ik de familie Weber kennen. Ik werd verliefd op Aloysia. Later wees ze me echter af en uiteindelijk ben ik met Stanzi (Constanza Weber) getrouwd, de 2 jaar jongere zus van Aloysia.

5 Salieri

Ontwerp: Mark De Kerpel
Bouw: Plasco vrienden

Ja, wat moet ik daarmee? Hij was de hofcomponist en later "kapelmeister" van keizer Jozef II. Hij had grote invloed op de keizer zelf en ook op Rosenberg, de operadirecteur. Ik moest op een goed blaadje staan bij hem wilde ik ook werk vinden aan het keizerlijke paleis. Maar zijn muziek was nogal conservatief, terwijl ik vernieuwend wou zijn.
Zijn lijst van leerlingen is nogal indrukwekkend: Beethoven, Schubert en Liszt bijvoorbeeld.
Naar het schijnt heeft een meneer Milos Forman een film (ken ik niet, dat is zoiets als een toneelstuk of een opera, maar met niet echte mensen) gemaakt met als titel "Amadeus", maar eigenlijk gaat dit helemaal over Antonio Salieri. Hij is opgenomen in een gekkenhuis en vertelt aan de priester hoe hij zich heeft afgekeerd van God omdat Hij mij had uitverkoren om die goddelijke muziek te componeren, ik, de losbol, en niet hij, de deftige man uit Italië die al jaren voor de keizer werkte in Oostenrijk.
We zien hier de oudere Salieri denkende dat hij nog steeds zijn leerlingen geboeid kan lesgeven!

6 Opera

Ontwerp: Willy Coppens
Bouw: De Ponkers

Opera is een Italiaans woord voor werken. Iets wat ik de laatste 10 jaar van mijn jonge leven hard heb moeten doen.
Maar het is natuurlijk ook een muziekopvoering, gezongen toneel zou je kunnen zeggen. In elke opera seria (een serieuze opera in tegenstelling tot de opera buffa, de komische opera) komen steeds dezelfde 5 protagonisten (hoofdrollen) voor:

Ze worden vaak voorgesteld door figuren uit het kaartspel:
de heer, de dames en de boeren. Ik kon het niet over mijn hart krijgen om geen harten dame te maken!

7 Le nozze di Figaro 1786

Ontwerp: Rudy Vereecke
Bouw: Excelsiorvrienden

De opera start met: "Cinque... dieci... venti... trenta... ". Figaro zit op zijn knieën. Niet als teken van verheerlijking van een adellijke, maar met zijn meetstok meet hij of de kamer groot genoeg is voor zijn huwelijksbed. Figaro is de knecht van de graaf, voorheen was hij kapper (De barbier van Sevilla)
Op de trouwdag van Figaro en Susanna spelen zich vele intriges af. De graaf heeft een oogje op Susanna, Cherubino heeft een oogje op de gravin, Marcellina wil Figaro aan zijn belofte houden, de gravin wil de liefde van haar man nieuw leven inblazen. Uiteindelijk bedenken Figaro, Cherubino, de gravin en Susanna een valstrik om de graaf op zijn nummer te zetten. De graaf wordt verleid door de jonge mannelijke Cherubino, vermomd als Susanna. Eind goed al goed, de graaf vraagt vergiffenis aan zijn vrouw.
Op de wagen maakt Susanna zich op aan haar schminktafeltje. Figaro nodigt haar uit om in de tuin...
Jammer, het vervolg zie je niet, de wagen is al voorbij gedenderd!

8 Don Giovanni (1787)

Ontwerp: Remi Coune
Bouw: Lucske I

In het eerste bedrijf laat ik in het huis van de Commendatore een duel uitvechten tussen hem en Don Giovanni omdat hij zijn dochter wou verleiden. De Commendatore wordt hierbij gedood.
Don Giovanni vlucht en komt op het kerkhof. Net aan het graf, met het standbeeld van de Commendatore - wat een toeval toch! - maakt hij veel lawaai. Het beeld vraagt om eerbied te vertonen voor de doden en stil te zijn op de gewijde grond. Don Giovanni lacht dit spottend weg en als grap nodigt hij het standbeeld uit om 's avonds bij hem een rijkelijke maaltijd te komen nuttigen.
Terwijl Don Giovanni geniet van drank en eten, even het vrouwen versieren vergetend, valt de muur in en staat het stenen standbeeld op de afspraak. Het vraagt 9 maal aan Don Giovanni om zijn leven te beteren, 9 maal is het antwoord ontkennend. Hij wordt gestraft, hij wordt door de aarde verslonden, vlammen laaien op...
Maar dan kan natuurlijk niet van de brandweer, begrijpelijk, dus vlucht Don Giovanni maar.

9 Così fan tutte (1789)

Ontwerp: Willy Coppens
Bouw: De Diva's

Ik weet niet goed meer of het de afwijzing geweest is door Aloysia of dat andere vrouwen me gekrenkt zouden hebben. Maar met deze opera, letterlijk in jullie taal vertaald als "Ze zijn allemaal gelijk" stel ik de ontrouw van alle vrouwen in het licht.
Twee jonge officieren scheppen bij hun oudere vriend Don Alfonso op over de trouw van hun geliefden. Don Alfonso is van mening dat alle vrouwelijke schepsels in de liefde niet te vertrouwen zijn en wil zijn gelijk bewijzen. Ze aanvaarden de weddenschap om hun verloofden te testen Ze veinzen te zijn weggeroepen naar het front. Ze komen vermomd terug maar weten hun geliefden niet te verleiden om 'vreemd' te gaan. Uiteindelijk beginnen de dames toch een oogje te krijgen op de Albaniërs en beginnen te flirten met de vermomde verloofden - de één op de verloofde van de ander. Om de test te voltooien wordt zelfs een dubbele bruiloft gepland! Maar dan houdt de vermomming geen stand meer onder de druk van al de verleidingen en intriges en de vier geliefden pakken de draad van het leven weer op.

10 Die Zauberflöte (1791)

Ontwerp: Remi Coune
Bouw: Dekenij Ledeberg

Moet ik daarom zo oud (?)(ik ben 34) geworden zijn om muziek voor "Sprookjes" te schrijven? In maart zette ik me aan het werk, tegen de zomer moest de opera klaar zijn!
Ik was toen al lid van de vrijmetselarij en doorspekte de opera met heel wat kenmerken ervan, zoals de passer en de driehoek.
De prins Tamino wordt achtervolgd door een slang. Hij wordt gered door de Koningin van de Nacht. Ze wil dat de prins haar dochter bevrijdt uit de handen van Sarastro. Tamino ontdekt echter dat dit een valstrik is, Sarastro is de opperpriester van de Tempel der Wijsheid en kan derhalve geen slechte bedoeling hebben. Hij wil juist dat de dochter, Pamina, bevrijd wordt van de slechte invloed van de moeder en kan huwen met de prins.
Papageno, de vogelhandelaar, zal hem op deze tocht helpen en eveneens beloond worden met zijn Papagena.

11 Requiem

Ontwerp: Pascal Deconinck
Bouw: Keizer Christoph vrienden

Mijn vrouwtje Constanze was op kuuroord in Salzburg. Ik bleef in Wenen. Ze had onze zoon Carl Thomas natuurlijk mee, waar de pasgeboren Frans Xaver Wolfgang was weet ik niet meer. Ze was mijn levensstijl een beetje moe en ik spendeerde teveel tijd aan muziek, zonder dat er echt wel centjes in de lade kwamen. Ik kreeg bezoek van een onbekende die me vroeg een Requiem te schrijven. Hij deed een flinke vooruitbetaling, en hoe vlugger ik de dodenmis zou klaar hebben, hoe meer hij zou betalen. Maar "De Toverfluit" moest ook af zijn. De opera raakte nog tijdig klaar.
Maar op 5 december 1791 ben ik overleden, het Requiem bleef dus onvoltooid. Mijn leerling Carl Süsmayer heeft het uiteindelijk afgewerkt. Graaf Franz Walsegg zu Stuppach, zelf amateur-componist, kreeg dus zijn dodenmis voor zijn vrouw. Het mens heeft dus nooit geweten dat haar lieve echtgenoot vals speelde!

12 De dood

Ontwerp: Pascal Deconinck
Bouw: FC Blijf Jong

Wenen, wenen. Nee, niet wenen aan mijn graf op het met groen overgoten kerkhof van Sankt Marxer Friedhof. Ik werd indertijd neergeploft in een massagraf, zeker niet op die plaats. De lijkkoets verliet de stad, aan de stadspoort moesten, op keizerlijk bevel, de nabestaanden achterblijven. Dat was de algemene regel. In een doek werd ik in een graf gedumpt bij een tiental anderen. Zand erover, al was het wel kalk, zou je kunnen zeggen. Ook dat gebeurde met iedereen, tenzij je natuurlijk van adel was!
Het monument is veel later opgericht, in 1855, bijna 100 jaar na mijn geboortejaar.
Het schijnt een witte engel te zijn aan een gebroken Griekse zuil, symbool voor de dood. Ik zal er bij mijn volgend bezoek in een ander leven eens naar kijken. Er zijn trouwens nog heel wat dingen die ik dan moet zien, horen of proeven. Zoals die film of video over Salieri, of mijn muziek op plaat of dvd. Ik sta ook op de achterzijde van het 1 euro-muntstuk in Oostenrijk. En ik wil eindelijk eens die Mozartkugeln smaken. Allemaal onbekende dingen voor mij hoor!
Maar op mijn 250ste verjaardag zal ik samen met jullie komen genieten van de heerlijke Lichtstoet in Ledeberg en dan alles over mijn leventje te weten komen! Tot dan!

terugterug naar thema